Menu

Jij zult leven! / Gewekt

0 Comments

5e zondag veertigdagentijd29 maart 2020

Jij zult leven! / Gewekt
Het derde aspect dat in de voorbereiding op het doopsel in de nacht van Pasen ons wordt voorgehouden, is het mysterie van de overwinning op de dood. Water-Licht-Leven: we vieren het in het Pasen van Jezus Christus. Op deze zondag: het Leven komt naar voren in het opnieuw tot leven brengen van Lazarus die in de dood gevangen zat. We vieren het ieder jaar opnieuw om te gedenken dat we in dit mysterie bevrijd worden van alles wat ons gevangen houdt. De samenleving waarin wij leven, maakt ons – min of meer – slaaf van alles wat ons wordt opgedrongen. Het doopsel bevrijdt. Het doopsel is van de ene kant een eenmalig gebeuren, van de andere kant zullen we steeds opnieuw dit doopsel mogen gedenken. Om bevrijd te blijven. Met het oog op Pasen vieren we het Leven.

Exegetische notities Evangelie Johannes 11,1-45 of 11,3-7.17.20-27.33b-45
Bij Johannes daarentegen is geloven een individuele aangelegenheid. Mensen komen tot het echte leven door te luisteren naar en te reageren op de stem van de Zoon van God (zie o.a. Joh.5,24). In het vierde evangelie is het begrip ‘leven’ een kernwoord en dat is altijd verbonden met Jezus (verg. Joh.1,4). Het begrip ‘leven’ fungeert in het Johannes-evangelie op twee niveaus; het duidt zowel op fysiek als op geestelijk leven. De belangrijkste grensovergang is in het Johannes-evangelie de overgang naar het geloven. Leven in gemeenschap met Jezus kan de mens door de fysieke dood niet verliezen.
In Joh.11 spelen de begrippen ‘leven’ en ‘geloven’ de hoofdrol. Dit hoofdstuk staat in het midden van het evangelie van Johannes. Hier komen alle lijnen van het evangelie samen. De opwekking van Lazarus is het laatste der ‘tekenen’, zoals Johannes Jezus’ wonderen in Joh.2-11 noemt. Het zijn tekenen, geen stunts! Jezus’ tekenen verwijzen naar een geheelde wereld. Telkens geeft Jezus mensen hierin fysieke en materiële zaken. Hij doet dat meermalen ongevraagd en zonder dat iets van geloof aangeduid wordt. Die genezende en herstellende kracht van Jezus overtreft in Joh.11 al het vorige. In Joh.11 krijgt Lazarus zijn fysieke leven terug. Hij zit later met Jezus aan een feestmaal (Joh.12,2).
Ook dat appèl uit Joh.5,24 klinkt door, als Jezus zichzelf tegenover Marta omschrijft met een van de zogenaamde ‘Ik ben-uitspraken’ die tot de unieke aspecten van dit evangelie behoren: ‘Ik ben de opstanding en het leven.’ (Joh.11,25) en daarna de vraag stelt ‘Geloof je dat?’ (Joh.11,26). Dat daagt Marta uit tot een keuze. Marta reageert met een prachtige geloofsbelijdenis (Joh.11,27). Nadat zij twee uitspraken met ‘weten’ heeft gedaan (Joh.11,22.24), durft zij nu haar diepste overtuiging uit te spreken: ‘Ik geloof’. Marta spreekt die woorden vóór Lazarus’ opwekking! Jezus’ vraag geldt ook de lezer. Het evangelie als geheel wil de lezer tot het geloof van Marta brengen. In Joh.20,30-31 onthult de auteur zijn bedoeling: ‘opdat u zult geloven dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leven zult bezitten in zijn naam’. De overeenkomst met Marta’s woorden uit Joh.11,27 is duidelijk.
Naast dit heeft Joh.11 ook verdere verbanden met het vervolg. In Joh.11 blijkt hoe dit evangelie vanuit Pasen is geschreven. Verhaaltechnisch is opvallend dat in Joh.11,2 wordt gerefereerd aan een gebeuren dat pas in Joh.12 wordt verteld. De opwekking van Lazarus is de definitieve aanleiding voor Joodse leiders om een plan te smeden om Jezus te doden (Joh.11,47vv) en dus het feitelijke begin van Jezus’ lijdensweg, hoewel al vanaf Joh.5,18 doodsdreiging aanwezig was. In Joh.11 is Jezus’ dood en verrijzenis in beeld. Lazarus’ opwekking wijst daarnaar vooruit. Komt Lazarus het graf uit gehuld in doeken (Joh.11,44), bij Jezus’ opstanding blijven de lijkdoeken achter in het graf (Joh.20,6-7).
Jezus was door vriendschap nauw verbonden met Maria, Marta en Lazarus in Betanië, een plaatsje op enkele kilometers van Jeruzalem (Joh.11,5). Menige commentator veronderstelt dat Lazarus al overleden was, toen Jezus het bericht kreeg dat Lazarus ziek was. Toch wacht Hij (bewust?) twee dagen om naar Betanië te gaan. Het gaat immers om zijn zelfopenbaring (Joh.11,4), zoals ook bij de blindgeborene Gods heilswerk zichtbaar moest worden (Joh.9,3). De lezer hoort de afloop al in het begin, want Jezus zegt zijn leerlingen dat Hij Lazarus uit zijn slaap (Joh.11,11), dood (Joh.11,13) zal opwekken. De uitspraak in Joh.11,4 dat de ziekte niet ten dode is, betekent niet dat Lazarus er niet aan zal overlijden, wel dat de dood niet het laatste woord zal krijgen.
Door Lazarus’ dood wordt de kring van Maria, Marta en Lazarus doorbroken. Als Jezus komt, ligt Lazarus al vier dagen in het graf. Die termijn onderstreept het definitieve van de dood. Naar Joodse overtuiging is de geest van de overledene nog drie dagen bij het lichaam. Die dagen zijn verstreken. Zowel Marta (Joh.11,21) als Maria (Joh.11,32) zeggen ‘Als u hier geweest was, was Lazarus niet gestorven.’ Maria laat het daarbij; zij huilt machteloos op haar knieën (Joh.11,32). Marta voegt een duidelijke geloofsuitspraak toe over Jezus als gever van leven (Joh.11,22). Zij is de eigenlijke gesprekspartner van Jezus in Joh.11. Zij verwacht iets van Jezus, getuigt van haar geloof in de opstanding aan het einde van de tijden (Joh.11,24). In dat gesprek kan Jezus zeggen dat in zijn nabijheid de fysieke dood haar laatste dreiging verliest. Hij biedt leven dat de dood aankan en door crises kan standhouden.
In Joh.5,21 had Jezus al uitgesproken dat de Zoon leven kan geven. Ook in Joh.10,10.17vv blijkt Jezus’ macht over de dood. Maar voordat Hij Lazarus opwekt, dankt Hij eerst God (Joh.11,41-42). Het gaat om Gods macht in Jezus. Maar waaraan zullen mensen dat geloven? Enerzijds door zijn woorden, anderzijds door daden. In Joh.11 vinden we zowel het woord als de daad.
Joh.11 gaat eigenlijk over Jezus! Lazarus zegt niets in Joh.11. Van zijn intentie en emoties wordt niets gezegd. Aan hem wordt wel zichtbaar dat de mens nooit de hoop moet verliezen.

Themastelling
Rode draad in dit opstandingsverhaal is de onderlinge liefde tussen Jezus, Marta, Maria en Lazarus. Verdriet om dierbaren die sterven blijft, maar er is een geweldig perspectief op ‘Leven’ dat ons alledaagse leven overstijgt. Levenden en doden, onderling verbonden in een gemeenschap van ‘heiligen’, gedragen door Liefde, sterker dan de dood (Hooglied 8,6vv.). De liefde vergaat nooit (1 Korinte 13,8).

Suggesties

Symboliek in de veertigdagentijd

Plaats vanaf Aswoensdag tot en met Palmzondag een grote wereldkaart of een verlichte wereldbol vooraan bij het altaar.
Je kunt de gelegenheid geven betrokkenheid bij/met de wereld te uiten door bijvoorbeeld achterin de kerk/gebedsruimte bij de liturgieboekjes een mandje te zetten met daarin gekleurde papieren handen en voeten, waarop iets kan worden geschreven naar aanleiding van een vraag of een voorbede die samenhangt met de liturgie van die (zon)dag. Iedere zondag kan daarbij een andere kleur papier gekozen. Deze opdracht kan ook met kinderen worden uitgevoerd tijdens de Kinderwoorddienst.
Deze handen en voeten zouden een pad kunnen vormen naar voren in de kerk/gebedsruimte, waar een icoon van Christus op een standaard met de vastenkaars ernaast staat opgesteld.
Als extra versiering kunnen op deze 5e zondag in de veertigdagentijd enkele dorre takken en enkele takken waar knoppen aan zitten worden verwerkt.

 Lichtritus

Wanneer er in deze viering wordt gekozen voor een lichtritus, dan is het niet de bedoeling daarbij de Paaskaars te gebruiken! Kies voor een duidelijk onderscheiden kaars, bijvoorbeeld paars van kleur of een kaars van Amnesty International. Deze kaars kan je verwerken in een sobere (!) kerkversiering.

Bisschoppelijke Vastenactie

Dit jaar steunt de bisschoppelijke Vastenactie projecten om kinderen verder te laten leren, bijvoorbeeld in de vorm van een beroepsopleiding tot kleermaker, bakker of imker. Voor meer informatie over hun campagneprojecten en voor meer liturgisch materiaal, zie: www.vastenactie.nl

Gedachte: Leven geven

Leven geven is graven openen,
graven van apathie en lusteloosheid.
Leven geven is uitzicht schenken en uitzicht zijn.
Het is uitnodiging en uitdaging om in beweging te komen,
en samen te werken aan een zinvol bestaan.

Leven geven is graven openen
graven van vooroordelen en hokjesgeest.
Leven geven is zorgen dat iedereen gelijke kansen krijgt,
ruimte om zichzelf te ontplooien, zichzelf te zijn.
Het is ruimte maken voor andersdenkenden.

Leven geven is graven openen,
het is zelf opstaan uit graven van passiviteit.
Leven geven is in beweging komen en naar de ander gaan.
Het is elkaar ontmoeten in een warme omhelzing
en tegen elkaar zeggen: kom, we gaan samen op weg,
de weg die Jezus van Nazareth ons wees.

Leven geven is elkaar wakker schudden,
elkaar prikkelen om samen aan de slag te gaan.
God heeft ook over ons zijn Geest uitgestort.
Geef Hem de kans werkzaam te zijn bij alles wat je doet.

Kees Harte

Gebeden voor deze zondag

Openingsgebed
Heer, onze God,
U wilt niet de dood, maar het leven.
Geef dat wij, naar Jezus’ voorbeeld,
leven doorgeven
en leven mogelijk maken
voor allen wier leven doods en uitzichtloos is.
Zo bidden wij u door onze Heer Jezus Christus,
die met U en de heilige Geest
leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed over de gave
Heer, onze God,
door op te komen voor het leven
en te strijden tegen alles wat het leven doods maakt,
heeft uw Zoon zichzelf voor ons gegeven.
Aanvaard dit brood en deze wijn,
waarmee wij de gedachtenis vieren
van Christus, onze Heer. Amen.

Gebed na de communie
Eeuwige God, die een God van levenden bent,
wij bidden U,
dat wij Jezus’ voorbeeld navolgen
en zo herboren mensen worden
die ook anderen weer nieuwe levenskansen geven.
Dat vragen wij Udoor Jezus Christus, onze Broeder en Heer. Amen.