Menu

Gereinigd

0 Comments

4e zondag veertigdagentijd – 22 maart 2020

Gereinigd
Een tweede aspect dat in de opgang naar het doopsel van de leerlingen in de Paasnacht in de liturgie wordt aangesneden, is het Licht. Christus als het Licht der wereld, Christus die ons van onze blindheid en verblinding geneest. Vorige zondag stond het Water centraal, deze zondag het Licht. Licht van het paasvuur, licht van de Paaskaars, licht van de doopkaars, licht van Christus. We horen reeds van verre de acclamatie in de Paaswake klinken. In de opgang naar Pasen vieren we dat wij van onze blindheid bevrijd kunnen worden. Hoe? De opdracht van Aswoensdag blijft gelden: vasten, gebed, delen. Soberheid, spiritualiteit, schoonheid. En er zijn nog meer ‘s’-en te bedenken… Het leidt ons tot een andere manier van kijken, kijken naar het hart. Het leidt ons tot de schoonheid van het vieren.

Exegetische notities Evangelie Johannes 9,1-41 of 9,1.6-9.13-17.34-38
Van oudsher is dit (samen met de andere evangelielezingen in het A-jaar van de veertigdagentijd) een van de grote evangeliën in de opgang naar Pasen. De doopleerlingen werden aan de hand van dat verhaal van de ‘vrouw van de bron’ (Jezus is het levend water), de opwekking van Lazarus (Jezus is het licht der wereld) onderricht om in de paasnacht het doopsel te ontvangen.
In de centrale tekst van deze zondag staan licht en water op de voorgrond. En een man, een blindgeborene. Vanaf zijn geboorte blind, dus het licht en alles wat het licht tot zichtbare werkelijkheid brengt, heeft hij nimmer gekend. De duisternis is compleet. Van duisternis wordt hij tot licht gebracht.
De evangelist Johannes plaatst het verhaal tijdens het joodse Loofhuttenfeest (vanaf 7,11). Sleutelwoorden van dit feest – dat de tocht van veertig jaar door de woestijn oproept – zijn: licht, water, Tora (richtingwijzer van de Heer), uiteindelijke messiaanse zegen. De tocht door de woestijn gebeurt elke keer opnieuw, bij iedere mens, bij het ‘volk van God onderweg’. Steeds weer gaan mensen van duisternis naar licht. Maar is er een band tussen de gebrokenheid van ons bestaan en de zonde (vers 2)? Jezus beantwoordt deze vraag niet direct, Hij neemt de mens die voor Hem staat op, zoals hij is, zonder Hem vragen te stellen. Jezus zendt de blindgeborene naar de Siloamvijver en de evangelist laat duidelijk de woordspeling uitkomen: de Gezondene (messias) zendt. Zoals de Siloam (gezondene) het licht weer in de ogen van de blindgeborene brengt, zo geeft Jezus Messias het licht aan ieder die gedoopt wordt. Door het wassen in het water heen. Beeld van het doopsel. Maar dan de betekenis van dit ‘teken’. Het wordt een heel verhaal, een discussie met de omstanders. Een proces waarin verdeeldheid en scheiding optreden (vers 16). Het vervolg wordt een zoeken naar de zin van wat er in een oogwenk gebeurd is. De voorgeschiedenis (de ouders van de blinde) wordt onderzocht. Ook zij wijzen erop (vers 21) dat de man volwassen genoeg is om zelf te antwoorden. Hij is zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van het ‘teken’. (Op de achtergrond van de ondervraging van de ouders speelt mee de situatie van de jonge kerk op het einde van de eerste eeuw: uitsluiting van de christenen uit het jodendom).
Het interpretatieproces van het ‘teken’ kent verschillende stappen. Allereerst erkent de genezene dat Jezus een profeet is (vers 17). Vervolgens bekent hij dat Jezus moeilijk een zondaar kan zijn (vers 31) en van God komt (vers 33). Tenslotte zoekt Jezus hem op en in een directe ontmoeting (nu niet meer in confrontatie met het ‘teken’ maar met de persoon van Jezus zelf) belijdt de eens blindgeborene: ‘Ik geloof, Heer’ (vers 38). Hij gelooft in de ‘mensenzoon’, Hij die vanuit de vader gezonden is om mensen bijeen te brengen in een nieuw volk van God, trekkend door de tijd, van duisternis naar licht.

Suggesties

Suggestie 1: Gedicht

In het hart – br. Hans-Peter Bartels ofm

Wanneer de Heer naar de mens kijkt
dan kijkt Hij niet naar het uiterlijk,
maar Hij kijkt naar binnen,
rechtstreeks in het hart.

Hij is daar opzoek naar goedheid
die ons door zijn Geest geschonken is,
zomaar ons gegeven,
rechtstreeks in het hart.

Hij zoekt daar naar gerechtigheid
afgeleid van ’t voorbeeld van zijn Zoon,
als inspiratiebron
rechtstreeks in het hart.

Hij speurt daar goed naar de waarheid
zuiver ingegeven door Hemzelf
als cadeau op ons pad,
rechtstreeks in het hart.

God wil ons zo ziende maken,
een blik voor goedheid, gerechtigheid,
en waarheid naar elkaar,
rechtstreeks uit het hart.

Suggestie 2: Liturgische Bloemschikking
Bij de psalm past goed een veldboeket (‘Hij laat mij weiden op groene velden’). Dat boeket zou na de viering aan iemand, die wel een steuntje in de rug kan gebruiken, kunnen worden meegeven. Verder past bij de liturgische kleur (paars) de blauwe druif en de hyacint (symbool van geloof, deugd, Christus en Maria) zeer goed. Ook de kleine maagdenpalm is paars. Deze verwijst ook naar het feest van Aankondiging van de Heer/Maria Boodschap (25 maart). Daarom kan er van de laatste planten ook goed een blauwe variant genomen worden. Een witte lelie verwijst behalve naar Maria ook naar St. Jozef (feest 19 maart) en staat symbool op de ‘hoop op verlossing’. Dat past weer uitstekend in de veertigdagentijd.

Suggestie 3: Sint Jozef (19 maart) en Aankondiging van de Heer/Maria Boodschap
Deze zondag valt precies tussen twee kerkelijke hoogfeesten in. Op donderdag 19 maart vier(d)en we Sint Jozef en op woensdag 25 maart (9 maanden voor Kerstmis) de Aankondiging van de Heer aan Maria door de engel Gabriël. Men kan bij één of beide feesten – Maria en Jozef horen immers bij elkaar – aandacht schenken op deze zondag. Er zou een Marialied gezongen kunnen worden. St. Jozefs voorspraak wordt ingeroepen bij de koop of verkoop van een huis. Wellicht is er iemand in de kerk wiens huis te koop staat of die op zoek is naar een huis? In de voorbeden zou daarvoor gebeden kunnen worden.