Menu

Dorst gelest

0 Comments

3e zondag van de veertigdagentijd – 15 maart 2020

Dorst gelest

De gang naar Pasen – samen met hen die in de Paasnacht gedoopt zullen worden – wordt in de liturgie van deze zondag verrijkt met een meditatie op Water. Water dat in de Paaswake overvloedig zal vloeien, niet alleen over hen die dan gedoopt zullen worden, maar ook over alle gedoopten die in die nacht hun doopsel gedenken. Het water wordt ons gegeven. Er moet wel naar verlangd worden, zegt ons Jezus in de ontmoeting met de ‘vrouw bij de bron’. Een grote waaier van betekenissen komt vrij als we de boodschap van de lezingen van deze dag tot ons nemen. Want wie verlangt naar het Water dat eeuwig leven geeft, richt zich op de Eeuwige die ons wil beschermen, ons wil hoeden, ons – door het water heen – wil verlossen. Het mysterie van Pasen kondigt zich al aan.

Exegetische notities Evangelie Johannes 4,5-42
Jezus is ondertussen naar Samaria gereisd. De gebeurtenissen daar spelen zich af dichtbij Sichem en de berg Gerizim waar de Samaritanen hun heiligdom hebben. Aan de voet van deze berg bevindt zich de bron van Jacob, die ook aartsvader van de Samaritanen is. Jezus’ tocht door Samaria lijkt ingegeven door de toenemende vijandigheid van de farizeeën maar is in feite verbonden met zijn zending om zich te openbaren en zijn evangelie aan alle mensen te verkondigen. Bij de Jacobsbron vraagt Jezus een Samaritaanse om water. Dit is, ondanks dat het op het heetst van de dag is, zeer uitzonderlijk. De Joden hielden de Samaritanen namelijk voor door de duivel bezeten mensen. Jezus gedraagt zich dus totaal anders. In de dialoog met de vrouw gebruikt Hij het dagelijks leven als middel om haar het evangelie mee te delen. De put was diep, werd gevoed door een ondergrondse ader en bevatte dus levend (stromend) water. Jacob had de put gegeven aan zijn meest geliefde zoon Jozef. Zo is Jezus Gods meest geliefde Zoon en zijn gave aan de mensen. Van het letterlijke water gaat het gesprek over op geestelijk water. Jezus belooft de vrouw Gods gave, het ‘levend water’, water waar je geen dorst meer van krijgt, maar wat leidt tot eeuwig leven. De vrouw is van deze belofte niet onder de indruk, tot Jezus aangeeft te weten van haar privéleven. De dialoog brengt ons zo naar het volgende thema: de vraag wie Jezus is. De vrouw erkent dat Hij een profeet is en vraagt zich af wat ze moet aanbidden. Jezus maakt haar duidelijk dat het niet gaat om de juiste plaats, maar om de juiste wijze van aanbidding. Het gaat niet om wat voorouders in het verleden deden, maar om wat de Vader nu bewerkt in ware aanbidders. Het gaat om de dynamische realiteit van de door God gezonden Geest die tot ons komt door middel van Jezus. In Jezus’ spreken en handelen is Gods heil al present. Zijn woorden en optreden roepen vervolgens bij de vrouw de vraag op of Hij niet de messias is en Jezus bevestigt dat. Ze loopt naar de stad om haar mensen het goede nieuws te vertellen en ze naar Hem toe te brengen.
De leerlingen hebben ondertussen gezien dat Hij met de vrouw in gesprek was en verbazen zich daarover. Zij worden, voor de vrouw terugkomt, daarover door Jezus tot de orde geroepen. Het gesprek heeft een eenzijdig karakter. De leerlingen begrijpen niet wat er aan de hand is en waar het Jezus om gaat. Hij legt hun uit dat het Hem niet gaat om het voedsel dat zij gehaald hebben uit de stad, maar om het doen van de wil van degene die Hem gezonden heeft. Hier zit een overeenkomst met het ‘levend water’. Het gaat Jezus niet om letterlijk eten en drinken, maar om de verkondiging van Gods woord. Mensen op die manier van voedsel en water voorzien waardoor zij eeuwig kunnen leven. Zó leeft Jezus vanuit God; God houdt Hem in leven en het ontbreekt Hem aan niets. Jezus heeft gezaaid en Hij zal oogsten. Dit is niet enkel in de toekomst. Want zie wat er gebeurt, de oogst is al aangebroken. Deze metafoor van het boerenbedrijf wordt onmiddellijk waarheid: de vrouw heeft het werk gedaan en komt terug met vele Samaritanen die in Hem geloven. Hij blijft er twee dagen en zo kunnen zij zelf horen wat Jezus te vertellen heeft. Zij ontdekken dat Hij de messias is, niet enkel van Joden en Samaritanen, maar veel meer: Hij is de redder van de wereld.

Themastelling
Ons wordt leven gevend water aangereikt, ook op momenten dat we het niet verwachten, wanneer we ons van God verlaten voelen. Met het leven gevend water blijkt God ons nabij te zijn. Begrijpen wij die boodschap? Durven wij daarvan (de Wet van Mozes, het evangelie, Gods verlossingswerk) te getuigen? Komen wij zo tot hergeboorte in onszelf?

Suggesties
– In de liturgische ruimte staat een (of enkele) kruik(en). Hierin kan men water gieten. Bij voorkeur na de inleiding door enkele gelovigen die gevraagd worden om een fles of kruik water mee te brengen naar de viering.
Dit water wordt gebruikt in de Paasnacht (om eventuele dopelingen te dopen).
– Een verhaal in plaats van de eerste of tweede lezing of op het einde van de viering als slotgedachte voor de zegen.

Sprankelend water
Water speelt een cruciale rol in het leven van mensen, dieren en planten. Te veel of te weinig water betekent het verschil tussen leven en dood. En in een droog land als Israël sparen mensen in de natte tijd water om zo in de droge tijd voorraad te hebben. Maar dat is dood water. Na enige tijd verliest het zijn smaak en krijgt het er een ‘smaakje’ voor terug. En na nog weer enige tijd is het gewoon op. Dat is anders bij de bron. Daaruit kan je water blijven putten, dat borrelt en bruist, dat levend is en leven geeft.
Maar een bron is niet bedoeld voor jezelf alleen. Het kostbare water is er om te delen. Bij de bron spelen zich ontmoetingen af. Mensen komen elkaar tegen bij de bron en wisselen nieuws uit, lachen samen, maken ruzie of troosten elkaar. Geen wonder dat een ervaring met God vaak wordt geassocieerd met een bron waar je nieuwe levensmoed uit mag putten. (Bron: Hornikx, R., Een huis vol verhalen, Kok, Kampen, 2003, blz. 114-115)

Meer suggesties via www.vastenactie.nl

Gebeden voor deze zondag

Openingsgebed
Goede God,
zie ons hier bijeen, uw mensen,
zoekend en verlangend naar nieuw leven,
voorbij de woestijn.
Wij dorsten naar U, laat U vinden!
Geef ons te drinken uit de bron van levend water;
voed ons met uw Woord
en bemoedig ons met uw Geest,
dat wij gaande blijven op de weg van ons leven.
die leeft met U en met de heilige Geest
in alle eeuwigheid. Amen

Gebed over de gaven
Goede God,
hongerend en dorstig
gaan wij onze weg door het leven,
maar diep in ons hart weten en geloven wij,
dat Gij het zijt, en Gij alleen, die onze honger stilt,
die ons te drinken geeft van levend water.
In dat vertrouwen bieden wij U deze gaven aan.
Laat ze teken zijn
van uw onuitputtelijke zorg en liefde voor ons,
ons levend nabij gekomen in Jezus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Gebed na de communie
Goede God, wij danken U
voor uw liefdevolle aanwezigheid in ons midden
en voor al het goede dat wij telkens weer uit uw hand ontvangen.
Heel deze dorstende wereld gaat U ter harte,
daarom bidden wij U:
blijf ons nabij en trek met ons mee,
blijf ons verkwikken met levend water
en houd uw Geest in ons vaardig,
opdat wij ook voor elkaar bronnen van leven zijn,
vandaag en alle dagen van ons leven. Amen