Menu

Beproefd

0 Comments

1e zondag van de 40-dagentijd – 1 maart 2020

Beproefd

De zes zondagen van de veertigdagentijd zijn etappes op weg naar Pasen, het feest van de verrijzenis. In de lezingen uit het Oude Testament worden telkens belangrijke episodes uit de heilsgeschiedenis van Israël verteld. De teksten uit de brieven brengen elke week nieuwe aspecten van het Paasmysterie naar voren ter overweging. En de evangelieteksten maken stap voor stap duidelijk wie Jezus Christus is en wat Hij voor ons als gelovigen betekent. Van de dorre woestijn van vandaag naar water, licht en nieuw leven in de komende weken. Zo gaan we elke week iets verder op weg naar Pasen.

Exegetische notities Evangelie Matteüs 4,1-11
Tegenover de mens in de lusthof, die niet aan de verleiding van de Verleider kan weerstaan en die daarom niet aan zijn opdracht beantwoordt, stelt het evangelie Jezus, die bij zijn doop door de Geest van God wordt aangewezen als zoon van God. Hij wordt echter niet naar een lusthof gebracht, maar naar de woestijn gevoerd, om daar door dezelfde Verleider op de proef gesteld te worden. Er speelt in het evangelie van Matteüs nog een ander motief, dat ons van het boek van de schepping meeneemt naar het verhaal van de uittocht: ‘En hij was daar bij de Heer veertig dagen en veertig nachten, brood at hij niet en water dronk hij niet, en Hij schreef op de tafelen de woorden van het verbond, de Tien Woorden.’ (Ex.34:28). Bij Matteüs wordt Jezus al in het kindheidsverhaal voorgesteld als de nieuwe Mozes, de nieuwe wetgever, bevrijder en leider van Israël, de ‘eerstgeboren zoon van God’ (Ex.4,22). De beproevingen waarvoor Jezus zich als de zoon van God door de Verleider gesteld ziet, beantwoorden dan ook aan de drie grote beproevingen waaraan het volk Israël werd blootgesteld in de woestijn. Aan het verhaal van deze beproevingen zijn de Schriftteksten ontleend, waarmee Jezus de verleidingen van de duivel beantwoordt: achtereenvolgens Deuteronomium 8,3; 6,16 en 6,13.

Themastelling
We leven in een wereld waar we steeds verstrikt raken in het kwaad. Dat de verleidingen groot zijn en de zonde steeds op de loer ligt, lezen we vooral in Genesis 3. Maar we lezen ook in de psalm en in de brief van Paulus dat er vergeving van Godswege mogelijk is. Paulus is zeer onder de indruk van Jezus Christus en schrijft over het aanbreken van een nieuwe tijd. De gehoorzaamheid van Jezus heeft ons verlossing gebracht. Jezus heeft zich in de woestijn vastgehouden aan het woord van God en alle beproevingen van hebzucht en heerszucht kunnen weerstaan. Jezus is als één van ons, een mens die niet alleen die veertig dagen maar eigenlijk levenslang met beproevingen in aanraking komt. Aan het begin van de veertigdagentijd horen we deze verhalen. Wij moeten ons ook bezinnen op ons leven en proberen daarin Gods woord echt te verstaan.
Precies deze teksten van Genesis en Paulus werden door kerkvader Augustinus (circa 400) gebruikt om het kwaad en de dood te verklaren. Het komt allemaal voort uit oermenselijk falen. Door de doop worden wij daaruit gered. Zo ontstond in de vijfde eeuw de leer over de persoonlijke erfzonde waarmee iedereen vanaf Adam werd geboren. Alleen Jezus en Maria (Onbevlekt ontvangen) zouden zijn geboren zonder die erfzonde. In geen van deze Bijbelteksten wordt echter het woord ‘erfzonde’ gebruikt en het begrip heeft ook geen stevige Bijbelse gronden.

Suggesties

(Gelezen in het boek: “De honderd dagen rond Pasen; liturgie maken in de tijd van Aswoensdag tot Pinksteren”, Jan de Jongh. Uitgeverij Meinema, 1997)

Leven is op weg zijn
bergen beklimmen, waden door rivieren
bloemen plukken bij maanlicht
dwalen door eenzaamheden en woestijnen
een kaars branden tegen de storm
oplopen met de anderen of hen dragen
brood delen en vieren in de nacht

Op weg zijn.

De suggestie om elke zondag een “voetje” van papier met een tekst, bv. een regel uit het Evangelie, neer te leggen bij de versiering .
En om uit te delen aan de kerkgangers.
Bijvoorbeeld: de eerste zondag bij een hoopje zand en een mooie steen, een woestijnroos;
de tweede zondag bij een mooie witte steen: de verheerlijking op de berg.

Al gaande ontstaat de weg naar Pasen