Menu

Paraat

0 Comments

19zondag door het jaar – 11 augustus 2019

Paraat

Wachten duurt altijd lang. Wachten heeft ook een functie: tijdens het wachten verdiept zich het beeld, het verlangen naar waar je opwacht. Wachten kan dus heel positief uitwerken. Maar dan moet je wel wakker blijven, paraat! Hoe blijf je wakker? Mensen vertellen elkaar verhalen die aansluiten bij wat ze verwachten, mensen bidden al wakend, mensen branden kaarsen en leggen bloemen bij een nachtwake. Als we dat al doen bij gebeurtenissen vandaag die ons overvallen en waar we vaak geen antwo9rd op hebben, hoeveel te meer kunnen we het doen om toch die Kracht van Boven, onze goede God te verwachten!

Exegetische notities Evangelie Lucas 12,32-48

De stof die in Lucas 12 is verzameld, is bij andere evangelisten vaak op een andere plaats in het evangelie neergezet. Lucas wisselt hier herhaaldelijk van adres van Jezus’ uitspraken. Deels zijn die voor de groep van de leerlingen (Lucas 12,1b-12.22-53), deels zijn zij voor de massa (Lucas 12,1a.13-21.54-59). Jezus’ leerlingen staan model voor zijn volgelingen in alle tijden. Zij horen Jezus’ woorden en proberen zijn weg te gaan. De massa is een groep van geïnteresseerden, die er niet (nog niet) toe gekomen is Jezus op zijn weg te volgen. De passage van deze zondag is dus bedoeld voor interne lering.

De lange lezing bestaat uit vier onderdelen: 12,32.33-34.35-40.41-48. Op vier manieren wordt iets gezegd over het leven als gelovige.

In vers 32 (deze uitspraak heeft geen parallel in de overige evangeliën) klinkt de oproep ‘Wees niet bang!’, zoals onder meer ook in het Kerstverhaal (Lucas 2,10). Hier komen we net als in Hebreeën 11 in aanraking met bedreigd geloven: vervolgingen omwille van het evangelie en het geloven in Jezus. Dat thema klonk ook in Lucas 12,4.11. Het gaat om belijden of loochenen van Jezus. Bij deze teksten kunnen we concreet denken aan de miljoenen vervolgde christenen op tal van plaatsen in de huidige wereld. Bij ‘kleine kudde’ kan worden gedacht aan de oudtestamentische voorstelling van de kleine rest van Gods volk die toekomst heeft (zo onder meer Micha 5,2.6-8; Sefanja 3,12-13). Tegenover de aardse bedreigingen wordt de toezegging van Gods toekomst gezet. Er is toekomst. Gods Koninkrijk wordt gegeven, het hoeft dus niet verdiend of veroverd te worden. Gelovigen leven van Gods gaven.

Tekent vers 32 de gelovige als iemand die op Gods toezegging, Gods gaven durft vertrouwen en daarvan durft te leven, in de verzen 33-34 worden gelovigen getekend als mensen die durven geven. Ook hier refereert Lucas aan een eerder gedeelte uit Lucas 12, de gelijkenis van de rijke dwaas (Lucas 12,16-21). Beide teksten worden verbonden door het woord ‘schat’ (verzen 21.33.34). Het verschil is tussen aardse schatten verzamelen voor zichzelf (vers 21) en een hemelse schat hebben (vers 33). Aardse schatten (geld, maar ook andere dingen) kunnen in de weg zitten. Mensen moeten gevers worden, zoals God, in vers 32 (net als in vers 30b) ‘jullie Vader’ genoemd, gever is. Jezus draagt op om niet alles voor jezelf te houden. In het aalmoezen geven wordt concreet zichtbaar wat zoeken van Gods Koninkrijk (vers 31) betekent: het zoeken naar Gods nieuwe wereld, het zoeken naar vrede en gerechtigheid. Geven betekent bouwen aan dat Koninkrijk. Het woord ‘aalmoes’ komt van het Griekse woord voor ‘barmhartigheid’. Zo worden we herinnerd aan een eerdere uitspraak van Jezus in het Lucasevangelie: ‘Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is.’ (Lucas 6,36; ook daar met de titel ‘jullie Vader’). Volgens G. Bouwman gaat het er hier niet om alle bezit te verkopen, maar gaat het om overtollig bezit, wat niet direct noodzakelijk is voor het alledaagse levensonderhoud. Met het wegvallen van hebzucht worden mensen rijk in God, een onaantastbare rijkdom. Echte rijkdom is dus van een andere orde dan aards bezit. Rijk in God zijn, is deel hebben aan het Koninkrijk dat Hij wil geven.

Zo vallen zorgen om zichzelf weg. Als je niet meer met hoofd en hart bij bezit hoeft te zijn, is de mens in staat het derde te doen wat de gelovige typeert: waakzaam zijn. Het beeld dat Jezus hier schetst, doet denken aan wat in Exodus 12 wordt gezegd over de nacht van de uittocht uit Egypte (Exodus 12,11). Toen moesten de Israëlieten gereed staan met de lendenen omgord. Zo konden zij onmiddellijk meegaan de bevrijding tegemoet. Zo moeten de leerlingen voorbereid zijn op het feest van de Heer dat komt. De Heer komt in de nacht, niemand weet wanneer. Maar de volgeling is voorbereid. Er is dus een gevoel van urgentie. Wanneer Hij komt en de volgelingen zijn wakker, dan mogen zij aanliggen en zal Hij hen bedienen. Dat zal de wereld omgekeerd zijn. Jezus heeft dat al voorgedaan: ‘Maar Ik ben onder jullie als een die dient’ (Lucas 22,27).

Het wachten op de komst van de Heer duurt lang. Er is sprake van een derde nachtwake, met andere woorden: het einde van de nacht. De tekst roept op om niet te verslappen en je te blijven oefenen in verwachting. Want het Rijk komt, Gods nieuwe wereld. Een gelovige verzandt niet in cynisme of machteloosheid. Wat te verwachten is, is een feestmaal (vers 37).

In de parabel aan het slot van de passage (verzen 39-40) is van belang de term ‘Mensenzoon’ waarmee Jezus zich benoemt. Dat is de machtige die in Gods naam orde op zaken stelt in deze wereld en een nieuw begin maakt (Daniël 7,13-14). Met zijn komst krijgt de wereld een nieuw gezicht. Jezus gebruikt deze titel ook in zijn lijdensaankondigingen.

Petrus vraagt Jezus vervolgens om een nadere toelichting. De woorden in vers 41 zijn weer alleen bij Lucas te vinden. Jezus antwoordt met een dubbelportret van een getrouwe dienaar (verzen 42-44) en van een slechte beheerder (verzen 45-47). In het portret van de eerste klinkt weer het woordje ‘geven’ (vers 42). Deze dienaar zorgt ervoor dat recht wordt gedaan. De tweede slaat, neemt, deelt niet, doet geen recht. De gemeente van volgelingen wordt opgeroepen met taaie volharding in het spoor van God, van Jezus verder te gaan, om niet te versagen, ook al verstrijkt de tijd. Er is haar veel toevertrouwd.

 

Suggesties

  1. Geloven als werkwoord

Aan welke werken zijn gelovige mensen te herkennen?
Hoe drukken zij hun geloof in daden uit?
Schrijf een aantal typerende werkwoorden als
delen, geven, bidden, navolgen, dienen, herinneren en vieren
op in de omtrek van voetstappen.
Laat die vanaf het altaar de kerk uitgaan, de wereld in.
Een mooi karweitje voor jongeren in vakantietijd.

2. Mijn geloof in honderd woorden
Geloven is telkens opnieuw echt contact maken met de werkelijkheid en het leven zoals het is. Dat kan als ik mijn interpretaties ervan in contact breng met Christus, die aanwezig is in alles wat me overkomt. Hij heeft daar een woord voor mij, hij wacht daar op mij. Mijn gedachten, mijn angst en emoties, mijn ego dat wil controleren en ondernemen, komen dan in een ander licht te staan: het licht van Christus. Dat is nooit vanzelfsprekend, het vraagt stilte en concentratie en ervoor kiezen. ‘Bouw op Hem, Hij zal het volvoeren’ (Psalm 37) verrast altijd: een weg om te gaan.

(Zuster Benedict Thissen is abdis van de abdij Koningsoord (Trappistinnen) te Arnhem. Haar geloof kan bergen verzetten; zij liet onder zeer moeilijke omstandigheden dit nieuwe klooster bouwen en sprak daarover in het tijdschrift Vieren2009-2.)

3. Extra gebed
Is er in de viering extra aandacht voor het Jubeljaar van de Barmhartigheid, dan kan wellicht het Gebed van Paus Franciscus gebeden worden. Hierin de veelbetekenende zin:

Gij zijt het gelaat van de onzichtbare God,
wiens almacht zichtbaar wordt
in vergeving en barmhartigheid.

Gebeden voor deze zondag

Openingsgebed

Algoede, eeuwige God,
Gij begeleidt ons op onze wegen
en wilt ons leiden tot vrijheid.
Gij zijt onze Vader op wie wij vertrouwen.
Sterk ons op onze weg van geloof,
opdat wij ons inzetten voor een wereld
waarin mensen tot vrijheid gebracht worden
en wij uw komst bereiden,
door uw Zoon Jezus Christus,
die met U en de heilige Geest
leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed over de gaven

Gezegend zijt Gij, God,
die ons nodigt aan deze Tafel.
Mogen wij waakzaam blijven
om U te ontvangen in deze gaven van brood en beker,
waarin wij gaan vieren de Aanwezigheid
van uw Zoon Jezus Christus,
die met U leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed na de communie

Algoede God,
Gij hebt ons geraakt met uw Aanwezigheid
en ons gesterkt op onze weg van geloven.
Maak ons standvastig van hart om steeds opnieuw
– waakzaam en geduldig –
ons in te zetten voor de komst van uw Rijk
door uw Zoon Jezus Christus,
die met U leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.