Menu

 Vragen

0 Comments

17zondag door het jaar – 28 juli 2019

Vragen
Wat is bidden? Is bidden vragen wanneer je in de verdrukking zit of wanneer er iets ergs gebeurt? Moet bidden altijd iets opleveren? Is bidden nuttig? Is bidden ook danken om wat je gekregen hebt? Bidden is op de allereerste plaats een moment van ontmoeting met God, de Eeuwige, de Ene, met Jezus, zijn Zoon, met de heilige Geest ook. Wie in de ontmoeting gaat staan, zal woorden nodig hebben, of niet. Ok de stilte kan een gebed zijn. We leren van onze voorouders – de aartsvaders, Jezus -, en dan? Dan leren we ook van het bidden zelf. Ga er maar instaan!

Exegetische notities Evangelie Lucas 11,1-13
Gebed staat centraal in deze perikoop uit het Lucasevangelie, die zijn plaats heeft in het reisbericht van Jezus’ weg naar Jeruzalem (Lucas 9,51-19,27). Deze perikoop volgt op Jezus’ bezoek bij Marta en Maria in hoofdstuk 10 en neemt in zoverre de thematische draad daarvan op, dat de vraag van de leerlingen om te leren bidden aansluit bij Maria’s luisteren en ‘contemplatieve’ houding in die eerdere perikoop. Het voorbeeld van de leerlingen is echter Johannes de Doper. Op grond van diens voorbeeld en Jezus’ eigen voorbeeld vragen ze Jezus om te leren bidden. Het antwoord van Jezus valt in twee delen uiteen. In het eerste deel brengt Hij de leerlingen letterlijk een gebed bij: het Onze Vader. Na dit eerste deel (verzen 2-4) komt er in het tweede deel iets over de gebedshouding, dat wil zeggen: de instelling ten opzichte van God bij het bidden (dit komt later in het Lucasevangelie nog een keer aan bod, in de perikoop over de volhardende weduwe en de onrechtvaardige rechter in Lucas 18,1-8). Dit tweede deel beslaat de verzen 5-13 en benadrukt enerzijds vrijmoedigheid in het bidden: dat soort vragen leidt tot het gewenste doel (vers 8). Anderzijds spreekt er een groot vertrouwen uit dat God het gebed zal verhoren. De voorbeelden van ‘biddend’, dat wil zeggen: vragend (het werkwoord αἰτέω kan zowel ten opzichte van mensen, als ten opzichte van God worden gebruikt) gedrag die Jezus noemt, komen uit de menselijke sfeer en betreffen situaties waarin mensen geneigd zijn om iets te doen voor hun vriend of kind. Omdat de (goede, hemelse) God het gedrag van (slechte, aardse) mensen zeker zal overtreffen, kan wie bidt erop vertrouwen dat God ook verhoort. Wel is de inhoud van het verhoren van de vraag van de mens de gave van de heilige Geest (vers 13). Het godsvertrouwen dat zowel uit de aanmoediging tot vrijmoedig bidden spreekt als uit de verwachting van gebedsverhoring is de centrale pointe van deze verzen.

In beide delen van de perikoop wordt God als ‘Vader’ aangesproken. Daar horen allerlei verbanden bij, onder meer de verantwoordelijkheid van een vaderfiguur om te verzorgen en te beschermen. Tegelijkertijd is het van belang bij het interpreteren – en zeker bij het bidden – van dit woord mee te bedenken dat het met inhoud gevuld wordt vanuit het verdere gedrag van God, zoals dat met name blijkt uit Gods handelen aan het volk Israël, dat zijn hoogtepunt vindt in Gods trouw aan Jezus, door kruisiging en door verrijzenis heen. Anders gezegd: Gods handelen bepaalt wat het betekent dat God ‘Vader’ is. Dat kan bevrijden van de noodzaak om Gods ‘vaderschap’ in te vullen vanuit eigen ervaringen met vaders, die meer of minder plezierig kunnen zijn. Tegelijkertijd vormt Gods vaderschap een spiegel voor alle menselijke vaderschap (of, inderdaad, ouderschap). Nog een laag in dit alles is dat God, doordat God als ‘Vader’ aangesproken wordt, ook op de rol van vader wordt aangesproken: als God vader is, dient God ook overeenkomstig te handelen. Dit aangesproken worden past goed bij het tweede deel van de perikoop, waarin Jezus zijn leerlingen precies oproept om toch vooral vrijmoedig tot God te bidden, die in vers 13 als heilige Vader voorkomt.

Suggesties

1. Verhaal

Een arme man kwam eens bij een Chassidiem-rebbe en klaagde hem bitter zijn nood.
‘Bid tot God,’ sprak de rebbe, ‘Hij zal je zeker verhoren.’
‘Maar ik kan niet bidden,’ zei de arme.
‘Ach,’ sprak de rebbe vol medelijden, ‘dan ben je wel heel erg arm.’
Dasberg: Gebeden – Tefilla voor het gehele jaar (Amsterdam 1977)

2. Gedachte: Opstaan


Laat een profetes opstaan
zij die haar tranen van rouw
uitstort over stad en woestijn
en dorre vlaktes
bevloeit met haar troost
zij die zingt van vergeving en vrede.

Laten wij opstaan; ik, sta op!
Verlaat de oude weg van de wraak
zoek het smalle pad van het inzicht
in de verborgen smart van de vijand
de weg van geweld is de waarheid niet!
Zoek het diepe gelijk van de liefde.
God helpe ons bij de ommekeer
mij, God helpe mij.
Fragment uit: Catharina Visser: Gedoopt in licht (2008)

3. Gedachte: Tenzij ergens een mens …

‘Kome wat komt.
Maar wie durft het aan
om onbevangen uit te kijken
naar wat morgen zal brengen?
Onheil voor zo velen?
Oorlog? Honger? Schaamte?

Tenzij ergens een mens
en nog een en nog een en nog een,
door zachtmoedigheid gedreven
tegen die stroom in gaat leven.
En met eigen handen hoop opdelft.
(…)
Uit: Kris Gelaude: Voor wie verstilling zoekt. Impressies en gedachten (2012)

4. Gedachte

Mijn Heer en mijn God,
ik heb geen idee waar ik naartoe ga.
Ik zie geen weg voor mij uitgestippeld,
laat staan dat ik weet waar ik uitkom.
Ik ken amper mijzelf.
Dat ik denk dat ik uw wil doe,
betekent nog niet dat dit ook zo is.
Toch geloof ik dat mijn verlangen om U te behagen
U inderdaad behaagt.
Daarom hoop ik dat alles wat ik doe
doordrongen is van dit verlangen.
Ik weet dat U mij dan de juiste weg zult tonen,
ook al weet ik er niets van.
Altijd zal ik op U blijven vertrouwen,
al loop ik verloren rond
als bevond ik mij in het dal van de schaduw van de dood.
Nee, ik ben niet bang, want U bent altijd bij mij;
U zult mij niet alleen laten in mijn beproevingen.
Thomas Merton: Thoughts in Solitude

Gebeden voor deze zondag

Openinsgebed

God,
Gij zijt een God van mededogen.
Gij kent onze neiging om alles te berekenen,
maar toch vertrouwen we op U en vragen U:
leer ons bidden zoals Jezus tot U gebeden heeft
en zoals het door zijn leerlingen aan ons
en vele mensen is doorgegeven.
Moge zo uw Naam geprezen zijn
en uw koninkrijk nabij komen.
Door onze Heer, Jezus Christus,
die met U en de heilige Geest
leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen

Gebed over de gaven

God,
aanvaard onze gaven
die Gij ons geschonken hebt.
Heilig door uw levengevende kracht
ons leven hier op aarde
en leid ons tot de eeuwige vreugde.
Door Christus, onze Heer. Amen.

Gebed na de communie

God,
Gij zijt een God van mededogen.
Gij leert ons bidden voor het leven.
Geef ons kracht
om op Jezus’ uitnodiging in te gaan
en aan onze roeping te beantwoorden.
Mogen wij vol mededogen zijn
en ons inzetten voor gerechtigheid en vrede,
dankzij de eenheid van de heilige Geest.
Door Christus, onze Heer. Amen.