Menu

Ben jij barmhartig?

0 Comments

7e zondag door het jaar – 24 februari 2019

Ben jij barmhartig?

Exegetische notities Evangelie Lucas 6,27-38
De opvatting dat er een bepaald verband moet zijn tussen wat de mens doet en wat hem overkomt is waarschijnlijk zo oud als de mensheid zelf. Op een of andere manier komt het in elke (religieuze) levensbeschouwing voor. Nogal wat spreekwoorden en gezegdes geven dit idee weer: “boontje komt om zijn loontje”, “wie kaatst moet de bal verwachten”, “wie wind zaait zal storm oogsten”, “wie goed doet, goed ontmoet”, “voor wat hoort wat” enz. Een dergelijke ethiek zou je kunnen samenvatten als het `do ut des‘-principe: ik geef, opdat jij geeft. Dit principe van de wederkerigheid is zowel negatief als positief te formuleren. De bekendste joodse formulering op de negatieve wijze is te vinden in Lev.24,17-20: oog om oog, tand om tand. De positieve kant vindt men goed weergegeven in Sir.12,1: als je een goede daad verricht, weet dan voor wie, en je zult dank krijgen voor je goedheid.
Hoe staat Jezus in de zgn. veldrede van Lucas tegenover dit principe? In v.31 wordt de bekende gulden regel “wat gij niet wilt, dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” positief omgebogen: “behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen.” Met dergelijke uitspraken hebben we weinig moeite. Maar wat moeten we aan met ook voor die tijd revolutionaire opvattingen als in vv.27-30, die indruisen tegen een nogal elementair menselijk gevoel. Geen enkele uitspraak van Jezus is zó vaak geciteerd als de `andere-wang-toekeren’ en `heb-uw-vijanden-lief’ woorden. Voor- en tegenstanders zijn het er over eens dit dit een specifiek christelijk beginsel is, en een uiterst originele – en daarom misschien ook aanstootgevende – oplossing van het probleem van het onrecht in de wereld. In het apocriefe evangelie van Thomas dat 114 uitspraken van Jezus bevat, gaat uitspraak 95 verder dan v.34 in de lezing: “Wanneer je geld hebt, leen niet met rente uit, maar geef het aan degene van wie je het niet terug zult krijgen.” Is dat misschien de reden waarom dit evangelie niet in de bijbel terug is te vinden? Kun je als mens wel aan de veldrede-eisen voldoen? Is deze moraal niet te idealistisch voor het werkelijke leven? Zijn de eisen t.a.v. de vijand een pleidooi te berusten in vijandelijke aanslagen? Is er op het moment dat Lucas zijn evangelie schrijft in de christengemeenschappen die hij wil bereiken misschien niet meer zoveel saamhorigheid? Hebben de leden van die ge­meenschappen zeer verschillende godsdienstige en culturele achtergronden? Is er verschil in maatschappelijke status en materiële welstand? Is de levenshouding in deze pluriforme gemeentesituatie een bedreiging? Bestaat het gevaar dat christenen van hun geloof afvallen en terugvallen in hun vóórchristelijke `do-ut-des’-ethiek? Lucas wil op deze vragen een antwoord geven door middel van een idealiserende beschrijving, d.w.z. de woorden van Jezus moeten tot voorbeeld worden voor zijn lezers.

Suggesties

  1. Gedicht
    Zo doodgewoon
    zou het eigenlijk moeten zijn
    de zorg en het respect
    aandachtig omgaan met elkaar,
    en mededogen,
    ons samen leven met elkaar van alledag
    zou vol barmhartigheid moeten zijn
    en wie er een passie voor heeft
    maakt er bijzonder werk van
    de werken van barmhartigheid
    steeds weer te praktiseren,
    voorbij aan wat gewoon is
    en vol geduld,
    kijkend, bewogen
    en in beweging,
    zijn medemens nabij te zijn
    lief en ontroerd.

Gebeden voor deze zondag

Openingsgebed
Goede en barmhartige God,
U heeft geduld met ons en heeft ons lief.
Wijs ons ook vandaag opnieuw de Weg
naar U en naar elkaar.
Daag ons uit
onvermoeibaar te bouwen aan uw Kerk,
uw Rijk, dat duren zal tot in eeuwigheid.
Zo bidden wij U door Christus onze Heer,
die met U en de heilige Geest
leeft in eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven
Brood en wijn staan op tafel,
voedsel om van te leven.
Wij danken U, God, dat U ons leven geeft
en bidden: houd ons gaande in het spoor
van Jezus Messias, de Barmhartige,
uw Zoon, onze Heer. Amen.

Slotgebed
Goede en barmhartige God,
die onze Vader zijt,
wij danken U voor uw Woord,
voor uw Zoon, voedsel op onze levensweg.
Mogen wij Hem volgen
als verrijzenismensen, naar U
die leeft en leven geeft tot in eeuwigheid. Amen.