Menu

Gegeven

0 Comments

Doop van de Heer / 13 januari 2019

Gegeven

Na Kerstmis en het feest van de Openbaring van de Heer ontvangen we op deze zondag een andere ‘openbaring’: Jezus’ doop in de Jordaan. Hij toont zich aan Johannes de Doper, meer nog, Jezus toont zich als de gezondene van God die aan zijn zending begint. Met alle huiver lat Johannes Jezus toe. Met het gedenken van Jezus’ doop, gedenkt de kerk ook het doopsel van allen die toegetreden zijn tot de gemeenschap met Jezus.

Exegetische notities Evangelie Lucas 3,15-16.21-22
De beslissende, grensoverschrijdende wending in de geschiedenis is hier het aantreden van de welbeminde Zoon in zijn functie als de Messias. Jezus die zijn handwerk neerlegt en zijn dorp Nazaret achter zich laat om zich te scharen onder het gehoor van de Doper, krijgt de hemel over zich uitgestort. God eigent hem zich voorgoed toe, als zijn Zoon bij uitstek.
In de christelijke traditie is de figuur van de Doper gekerstend, dienstbaar gemaakt aan de Christus. Johannes moet zichzelf met de woorden van Jesaja 40,3-5 hebben gezien als de profeet die Gods komst aankondigt als een komen ten oordeel, God als de Sterkere met zijn geest (adem,wind) en vuur als symbolen van dat geweld. Zijn profetische taak was het volk daarop voor te bereiden met de oproep tot inkeer en met de doop als teken daarvan. In de evangelische context is de donderprofeet getemd, als Voorloper kondigt hij nu de komst van de Messias aan. Diens doop met geest en vuur zal er een zijn met heilige Geest, heilzaam dus.
Zo staan ze nu bij elkaar, de Doper, wiens oorspronkelijke preek nog door de kieren van de tekst naar buiten komt, en de Messias, de geliefde Zoon. Maar er is tussen beide mannen toch nog wel een verschil als tussen water en vuur. Het vrome Godsvolk dat zich (vers 15) afvraagt of Johannes wellicht de Messias is, moet weten dat het grote gebeuren nog moet komen. Wie het waterbad heeft ondergaan, wacht een beter doopsel; voor de echte doop moet je bij de komende Messias zijn.
Dat wordt duidelijk als de hemel er zich mee bemoeit en opengaat. Het waterbad dat Jezus net als het gehele volk ondergaat, is dan al voorbij. Het is van minder belang. Wezenlijker is Jezus’ gebed dat nog voortduurt. Met die open hemel heeft hij een innig contact. Dat is wederzijds. Het initiatief ligt bij de Stem die hem kiest, met welbehagen, en die hem noemt en de naam Zoon geeft. Dat plaatst de man van Nazaret voorgoed in het centrum van Gods heilshandelen. Daartoe krijgt hij Gods adem als de levenwekkende oerkracht over zich uitgestort, of, milder misschien, daartoe komt die geest als een duif die zich zet. Jezus zal ervan uitgieten over allen die zich laten dopen.

Suggesties
Het feest van de Doop des Heren herinnert ons aan onze eigen doop. Nodig de mensen voor deze zondag uit om hun doopkaars mee te brengen. Zet voor het altaar een grote lichtstandaard of een royale bak met geel zand en laat de mensen daar hun kaars inzetten. Na het evangelie worden alle kaarsen ontstoken en deze blijven branden tot het einde van de viering.
Het is ook mooi om te vragen aan ouders van pasgedoopte kinderen of ze de doopkleden mee willen brengen. Leg een groot kleed voorin en laat de doopkleren voor de viering daarop neerleggen.

Gebeden voor dit feest

Openingsgebed
Goede God,
in zijn doop geeft Jezus antwoord op uw stem,
U zalft Hem met uw geest van liefde,
U noemt Hem uw welbeminde Zoon.
Mogen ook wij, in deze viering,
open staan voor uw Geest,
voor uw stroom van liefde en leven,
Dit vragen wij U in naam van Jezus Christus, uw Zoon,
die met U en de heilige Geest leeft in eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven
God, wij brengen U onze gaven,
klein en menselijk als wij zijn,
mogen deze gaven een antwoord zijn
op uw woord van liefde,
mogen zij deel worden van de grote gave
van uw Zoon Jezus,
die zich, in trouw aan U,
geheel gegeven heeft voor het geluk van mensen:
leven tot in eeuwigheid. Amen.

Slotgebed
Goede God,
in Jezus, uw veelgeliefde Zoon,
hebt U zich aan ons laten ken­nen,
als een God die de ziel van ons bestaan wil zijn.
Moge het Woord dat tot ons gesproken is
en het Brood dat wij gedeeld hebben
ons helpen om, in de voetsporen van Jezus,
te getuigen van uw Blijde Boodschap.
Dat vragen wij U door Jezus Christus,
uw Zoon, onze Heer. Amen.