Menu

Verlicht + Gezien

0 Comments

Kerstmis – nachtmis / 24 december 2018

Verlicht

Het vieren van Gods Zoon in ons midden kent – liturgisch gezien – verschillende aspecten. Op de dag van Kerstmis wordt dat in drie vieringen uitgewerkt.
In de nachtmis – meestal op de vooravond gevierd – staan we stil bij het intieme gebeuren van het kind van Maria, de geboorte van het Kind, Zoon-van-God. Toch is het ook een kosmisch gebeuren: de engelen omgeven deze geboorte met gezang en breken de aardse werkelijkheid open. En: het markeert een belangrijk moment in de geschiedenis van de mensheid. God krijgt gezicht in de geschiedenis van de mensheid: God en mens in één.

Exegetische notities Evangelie Lucas 2,1-14
Om Jezus op Gods tijd in Betlehem (dat betekent ‘huis van brood’) geboren te laten worden moet keizer Augustus zijn decreten uitvaardigen en moet wat men toen voor de hele wereld aanzag in rep en roer gebracht worden. Jozef en Maria maken een reis van Nazaret (wat ‘wachteres’ of ‘spruit’ betekent) naar Betlehem. En daar, in Betlehem, is de herberg vol. Dat is logisch, want er is een grote toevloed van vreemdelingen die zich allemaal moeten laten registreren en die hen vóór waren om een plaats in de herberg te bemachtigen. Bovendien zullen de ambtenaren, die met de inschrijving waren belast, waarschijnlijk beslag hebben gelegd op de herberg.
Hoe zag zo’n Palestijnse herberg er uit? Rondom een binnenplaats was een gebouw opgetrokken. Meestal was dat een gebouw met een verdieping. Gelijkvloers werden de dieren gestald. Ook de vrachten, die door de lastdieren werden vervoerd, konden hier worden opgeslagen. De knechten, die belast waren met de verzorging van de dieren, konden hier eveneens hun onderkomen vinden. Op de verdieping, die met een primitieve trap bereikt kon worden, waren de vertrekken voor de reizigers. Die vertrekken waren uiterst eenvoudig. Waarschijnlijk was er nog ruimte voor Jozef en Maria op de benedenverdieping, de ruimte waar de dieren werden gestald, de ruimte van de vernedering.
Lucas wil zijn aandacht vestigen op het feit, dat Jozef en Maria aan het bevel tot registratie gehoor hebben gegeven en dat ze daarvoor een vernederende behandeling hebben ondergaan. Een plaats bij de slaven was alles, wat voor de koning uit het huis van David overbleef.
Dan verplaatst het decor zich naar de herders in de omgeving van Betlehem, in het veld bij hun kudde. De herders hoorden bij de onderste laag van de samenleving. Zij konden geen officieel ambt bekleden, zij werden niet toegelaten als getuigen voor het sanhedrin, ze werden op één lijn gesteld met de belastingpachters en ze werden vaak voor rovers en bedriegers gehouden. Lucas benadrukt, dat de geboorte van Jezus als eerste bekend wordt gemaakt aan deze mannen met een slechte naam, die niet in tel waren. In het Lucas-jaar, het C-jaar, worden voortdurend de armen genoemd en dat begint in dit verhaal van Jezus’ geboorte.
Aan deze herders verscheen eerst een engel en vervolgens een heel leger engelen uit de hemel. Er werd gezongen van ‘vrede op aarde’. Daar hebben zij het ongetwijfeld moeilijk mee gehad: hoe kon er nu gezongen worden over vrede in een wereld waarin de kwellingen rondom de registratie deze kerels benauwden. Zij kenden de ellende en de onderdrukking van hun eigen volk. Maar de herders mochten de vrede, die vanuit de hemel werd geproclameerd, niet met aardse maatstaven meten. Daarom werd er, nadat de ene engel was uitgesproken, een indrukwekkend hemels leger van engelen ingezet. Bovenaardse figuren verkondigen, dat God als ongewapende hier op aarde is verschenen.

Suggesties

1.Wanneer je naar de kerststal gaat…

Je hoeft niet veel te spreken
wanneer je naar de kerststal gaat;
weet dat je vrede vindt
als je dit Kind maar binnen laat.

Je hoeft geen schatten mee te dragen
wanneer je naar de kerststal gaat;
weet dat voor dit Kind
een klein gebaar volstaat. 

Je hoeft niet lang te blijven
wanneer je naar de kerststal gaat;
als je maar begrepen hebt
wat dit Kind te wachten staat.

Je hoeft niet bang te zijn
wanneer je naar de kers
stal gaat;
dit Kind legt weer de rust
op jouw vermoeid gelaat.

Je hoeft niet veel te wensen
wanneer je naar de kerststal gaat;
weet dat in ’t nieuwe jaar
dit Kind je niet verlaat.

(Ad van der Meijden, pr.: Van mens tot mens, Sevenum 1992, pag. 53)

Gebeden voor de nachtmis

Openingsgebed
God,
die tot ons spreekt vanuit uw Licht
in de geboorte van uw Zoon Jezus,
mens geworden onder de mensen,
vervul ons met uw licht,
beziel ons met uw Geest,
doe lichten over ons uw gelaat
door Jezus Christus, uw Zoon,
die waarheid en leven is,
en die met U en de heilige Geest,
leeft in eeuwigheid. Amen.

Gebed over de gaven
Gij die uw Licht hebt d
en stralen
in Jezus Christus, onze Broeder,
wees met ons nu wij hier onze gaven U aanbieden.
Blijf ons bezielen opdat door onze inzet
het Woord ons gegeven
een werkzame boodschap wordt
en mensen verzameld worden tot uw volk
door Christus, onze Heer. Amen.

Slotgebed
Gij die ons uw Licht hebt doen stralen
in de geboorte van uw Zoon,
Gij die het unieke gebeuren hebt mogelijk gemaakt:
God met ons in een mens onder de mensen,
blijf met ons gaan,
blijf ons bezielen, ook morgen en overmorgen,
blijf ons oproepen tot getuigenis
van de Blijde Boodschap van Jezus Christus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.

Kerstmis – dagmis / 25 december 2018

Gezien
In deze viering wordt het mysterie van de Menswording ten volle uitgewerkt. God spreekt tot ons door zijn Zoon: het Woord is vleesgeworden. God heeft zijn tent opgeslagen onder ons, in een wereld die moeite heeft om Hem te ontvangen. We zijn de intimiteit van de nacht voorbij, we zijn aangekomen in het volle licht. We mediteren over Gods gave die een kosmische betekenis krijgt.
Johannes getuigt van Zijn komst opdat ook wij Zijn getuigen worden. Ook als vierende mensen.

Exegetische notities Evangelie Johannes 1,1-18 of 1-5.9-14
De hymne aan het begin van het Johannesevangelie wordt vaak gezien als abstract, filosofisch en moeilijk te doorgronden. Het is dan ook niet zomaar een verhaal, waarmee de auteur van het vierde evangelie, noemen we hem Johannes, begint. Niet echt een laagdrempelige binnenkomer om lezers in de verhalen over Jezus binnen te halen. Nee, Johannes neemt de lezers mee in een theologisch gedicht, een hymne, waarin zijn diepe bewondering voor het werk van God doorklinkt. Het kan gelezen worden als een samenvatting van wat in het vervolg van het evangelie aan verhalen over Jezus verteld wordt, maar voor nieuwe lezers zal het gewerkt hebben als het eerste oplichten van de sluier die de heilswerken van God tot dan toe verborg. Met het oplichten van de eerste sluier wordt niet alles meteen duidelijk, maar de lezer vindt er wel aanwijzingen over nieuwe sluiers die nog gaan komen, en op welke wijze deze gelezen moeten worden, welk licht daarover mag schijnen.
Johannes begint waar een mens moet beginnen: bij het begin. Maar niet, zoals de andere evangelisten, bij de afkomst (Matteüs), de aankondiging (Marcus) of de voorspelling (Lucas) van Jezus. Johannes begint bij het absolute begin, bij het ontstaan van alles. En daarbij legt hij de absolute regie in handen van God. Alles is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan.
Het woord dat in het begin was, wordt wel uitgelegd als een verwijzing naar Jezus, om zo de eenheid tussen God en Jezus, zijn Zoon, uit te leggen. Of om een ruimte te laten zien waarin God is, en waarin God niet zomaar ‘is’, maar een dynamische bron is; God en het woord, ze zijn één en twee tegelijk en toch één. Een opmerking over het Grieks: ‘ha logos’, vertaald met het woord, is in de vertaling onzijdig, maar in het Grieks mannelijk, waardoor de associatie met een mens of persoon dichterbij ligt.
Een andere uitleg is dat met het spreken, het woord, het grote zwijgen van God opgehouden is, waardoor ‘schepping’ ontstond. Zoals het staat in Genesis 1: God sprak: ‘Licht’, en er was licht. Het spreken is Gods scheppingsdaad. Deze twee interpretaties hoeven elkaar niet helemaal uit te sluiten. Als God aan zichzelf genoeg zou hebben gehad, zou de schepping niet tot stand zijn gebracht. In de joodse traditie van het scheppingsverhaal, van ‘in den beginne’, is het juist de ruimte van en bij God, die tot scheppen aanzet. Het woord dat God is en dat bij God is, wil gesproken worden. En daardoor ontstaat schepping.
Het licht was het eerste wat geschapen is. Het verdreef de duisternis. In de analogie met het verhaal van Jezus is Jezus het licht, dat in de duisternis is gekomen om de wereld – opnieuw – te verlichten. Veel van de Jesajateksten die over licht en duisternis gaan worden daartoe gelezen. Een bekende tekst, waar ook een mooi lied over bestaat, is Jesaja 9,1. In de dichting van Huub Oosterhuis: ‘Het volk dat in duisternis gaat, zal aanschouwen groot licht.’ En Johannes gaat verder met het invullen van dat licht. Johannes – de doper – wordt genoemd als gezondene van God, die als getuige van God de eerste was die van dit licht sprak. Daarna volgt het getuigenis van de evangelist Johannes: na de doper, de gezondene van God, kwam het ware licht in de wereld.
De naam Jezus wordt heel lang niet genoemd in deze proloog van het evangelie volgens Johannes. De lezer wordt binnengeleid in het getuigenis van Johannes. Hij getuigt over het licht, het woord, God, het woord dat vleesgeworden is, onder ons was, dat wij gezien hebben, die Zoon van de Vader was, niet door allen erkend, maar die Jezus Christus was (in vers 17, als dit vers gelezen wordt), vol van genade en waarheid. Bovendien trekt Johannes de lijn naar Mozes en de wet, de Tora. Zoals de Tora door Mozes is gegeven, zo zijn genade en waarheid door Jezus gegeven. En hoewel niemand God had gezien, is het toch door Jezus dat wij God kennen.

Suggesties

  1. Uw licht is voor ons opgegaan.
    Wil ons doodringen dat dit uw levenslicht is,
    verhelder onze donkere nachten
    door de hoop op uw dageraad,
    schenk ons vreugde die blijft.

Open uw hemel.
Maak het licht op aarde,
opdat wij in de ogen van het kind
dat deze nacht geboren is,
uw aangezicht bespeuren.
En voorgoed mogen weten
dat U ons liefheeft en met ons wilt zijn
in de dagen en nachten van ons leven.

Leer ons mensen te worden Die leven in uw licht.

Tekst: Maria Berends (Solidaridad), geïnspireerd door gebeden van de Maya’s

Gebeden voor de dagmis

Openingsgebed
Oneindige God,
uw Woord sprak in het begin
en blijft voort spreken door de tijden heen.
U heeft in mensen het verlangen gelegd
om te zoeken naar dat Woord.
Wij bidden U:
maak ons hart ontvankelijk om U te ontmoeten
in verhalen van toen en nu
waarin U blijvend tot ons spreekt.
Dat vragen wij U door Jezus Christus, onze Heer,
die met U en de heilige Geest leeft tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed over de gaven
Uw onuitsprekelijk geheim, God,
gaat aan onze beperkte grenzen voorbij.
U reikt ons alle dagen uw Zoon Jezus Christus aan
als het Licht dat schijnt in de duisternis.
Vol dank bieden wij U dit brood en deze wijn aan,
opdat zij teken mogen worden
van uw onzegbare eenheid met ons, uw mensen,
door Jezus Christus uw Zoon, onze Heer. Amen.

Slotgebed
God, vol van barmhartigheid,
wij danken U voor uw Woord en heilige gaven
waarmee U ons gevoed hebt.
Wij bidden U:
laat ons beelddragers zijn van uw Woord,
dat ons en al uw mensen doet leven.
Geef ons kracht om brood te zijn voor elkaar,
alle dagen van ons leven.
Dat vragen wij U
door Jezus Christus, onze Broeder en Heer. Amen.