Menu

Sta jij op in geloof?

0 Comments

13e zondag door het jaar / 1 juli 2018

Sinds Pasen, sinds dat ongelooflijke gebeuren wij een dode niet bij de doden moeten zoeken maar bij de levenden, is geloven in christelijk perspectief: altijd weer opstaan. Niet uit eigen kracht maar door de aanraking van de Geest of gewoon door een aanraking van een ‘mens van God’. Aanraking is een basisvoorwaarde voor menselijke groei. Geen kindje groeit harmonieus op als het niet is aangeraakt in liefde. Natuurlijk weten we van de overschrijdingen op dit gebied. Maar blijft de genezende werking van een liefdevolle aanraking. Lees het evangelie maar.

Exegetische notities Evangelie Marcus 5,21-43 of 21-24.35b-43

Deze perikoop bevat twee wonderverhalen: als hoofdlijn het doodzieke meisje, maar met daarin – bij alle geboden haast – als vertragend moment de vrouw en haar probleem. Dat voert natuurlijk de spanning rond het lot van het meisje extra op. Zal Jezus nog op tijd komen? Juist het feit dat hij te laat komt, leidt tot het christologische hoogtepunt in het geheel: Jezus doorbreekt de vastgelopen situatie door het dode kind tot leven te wekken. Kleine raakpunten vallen op. Vooreerst het getal twaalf, als leeftijd van het kind en als duur van de kwaal van de vrouw. Verder heten beide vrouwen ‘dochter’: Jezus spreekt de vrouw zo aan, een soort echo op de inzet van Jaïrus voor zijn dochtertje.
Waar het op aankomt, is het geloof dat de dood aankan. De vrouw is, als ze zich houdt aan wat de Tora over haar bepaalt, als een dode mens, een onreine, net zo verworpen en bij leven doodverklaard als een lepralijder. Haar wanhopige situatie belicht de verteller met zijn nadruk op de vergeefse onkosten die ze gedurende twaalf jaren heeft gemaakt bij de doktoren. Ten einde raad plant ze het contact met de wonderdoener Jezus, een ultieme, maatschappelijk riskante, wettelijk verboden onderneming (Leviticus 15,25-33). Wie van medici niets meer te verwachten heeft, gaat naar de kwakzalver? Waar geloof ophoudt, grijp je naar de magie, naar ongewone krachten. Een verhaal met hellenistische trekken, zeggen kenners. Maar zoals ze daar ligt aan Jezus’ voeten in heilig ontzag voor de Godsman, met haar nederige en openlijke belijdenis, neemt Hij haar aan. Haar ongehoorde, misschien onbehoorlijke actie heet bij Jezus een daad van geloof, van vertrouwen. Ze krijgt vergeving – ga in vrede – en mag vrijuit gaan, bevrijd van de schande en de beperkingen, waaraan ze door haar ziekte gebonden was.
Het verhaal van Jaïrus – opmerkelijk die eigennaam in een wonderverhaal (symbolisch: ‘God verlicht, doet stralen’?) – krijgt een verrassende wending, als de man vanuit de synagoge wordt overvallen door het doodsbericht. Nog verder optrekken met Jezus is zinloos, krijgt hij toegevoegd: alle hoop is vervlogen. Dan komt het erop aan te geloven wat niet kan, maar wat juist dan toch geschiedt.
De dood is demonstratief en luid aanwezig in de rouwklachten rond het sterfhuis, de begrafenis wordt al ingeleid. De dood van het meisje kan niet weersproken worden, wie dat doet maakt zich belachelijk, haalt zich de spot van de omstanders op de hals. Maar voor Jezus is haar dood niet meer dan een slaap. De opwekking herinnert aan verhalen van Elia en Elisa (1 Koningen 17,17-24; 2 Koningen 4,32-37), maar in tegenstelling tot hun moeizame inspanningen wekt Jezus het meisje tot leven met een enkel machtswoord. Zoals in de oudtestamentische verhalen geschiedt het wonder in afzondering, binnen een kleine kring van verwanten. Marcus hecht belang aan een breder gedragen getuigenis. Daartoe worden drie uitverkoren leerlingen binnen de groep gehaald. Slotbeeld: een etend kind. Dit bevestigt wat is gebeurd.

Themastelling

Jezus aan het bed van het kind. Wij zetten de paaskaars naast de lijkbaar, als getuigenis van onze hoop. Het licht, feestelijk binnengezongen in de paaswake, moet vooral nu schijnen. Het kleine meisje op de veel te grote baar; in het bekende gedicht van Ed Hoornik, zij wacht op de man die zou komen, die toveren kon, maar die niet kwam. Maar die morgen zeker komt: ‘Morgen ben ik de eerste die hem ziet’. Gestorven, haar bekende wereld uiteengevallen, de schoolse rekensommetjes, of 2 x 2 nu nog waar is? Het gedicht typeert ons niet weten, onze aarzeling met het laatste, twaalfde, geloofsartikel.
We zijn nog altijd met Jaïrus op weg naar een gestorven dochtertje, met naast ons de man die toveren kan, of met de kwakzalver, met een kracht in zijn lijf. En we worden gevraagd te blijven vertrouwen. De wereld van morgen moet voor ons nog aanbreken.
Daarom hebben we de opstanding, de dag van morgen, maar in onze wereld binnengehaald en zelf in handen genomen. Jezus raakte zieken aan, bracht ze op de been, haalde het verloren geraakte weer binnen de kring van mensen. Dat is wat wij vandaag de dag kunnen doen, gerechtigheid: ons leven in dienst van elkaar vruchtbaar en vol maken, zoals de oude aartsvaders. Dat bergt toekomst in zich, daarin gloort iets van de dag van morgen. Want gerechtigheid is onsterfelijk, heeft iets met God, wagen we te zeggen.

Suggesties

Zending en zegen

De tweede lezing (uit de tweede brief aan de Korintiërs) kan verwerkt worden in de zending en zegen, als volgt:

Paulus zegt:
‘Broeders en zusters,
gij munt reeds in zoveel opzichten uit:
in geloof, welsprekendheid, wetenschap,
in ijver op alle gebied,
in uw liefde voor ons;
laat dan ook dit liefdewerk uitmuntend slagen!
Mogen wij in woord en daad
het liefdewerk van Christus
voortzetten in onze wereld,
die zoekt naar heil en genezing,
geluk en genade,
liefde en vrede.
Zo zijn we een zegen voor elkaar
en mogen we ons gezegend weten
door de Eeuwige en Enige God, die is:
Vader, + Zoon en heilige Geest. Amen.

Gebeden voor deze zondag

Openingsgebed

God,
Wij danken U dat Gij ons laat leven in uw licht.
De duisternis wijkt waar uw aanwezigheid wordt gevoeld.
Mogen wij naar het voorbeeld van uw Zoon door onze inzet
lijden en verdriet in deze wereld verminderen.
Door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer,
die met U en de heilige Geest leeft
in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Gebed over de gaven

Barmhartige God,
wij brengen onze vreugden en zorgen voor U.
Voedt ons met het gedeelde brood
en laat ons drinken uit de gezamenlijke beker,
schenk ons vertrouwen, zo bidden wij U
door Christus, onze Heer. Amen.

Slotgebed

Barmhartige God,
wij zijn gesterkt door de genezende kracht
van uw heilige woorden en tekens.
Laat het brood (en de wijn),
hier samen gedeeld,
ons blijvend herinneren aan het samenzijn met U.
Door Christus onze Heer. Amen.